De urenharmonica

Onze machines? Dat zijn de hersenen van de medewerkers. Of: het kapitaal zit in de hoofden (en handen) van onze mensen. Met andere woorden: de eenheid waarin je je product verkoopt, is het manuur. En dat gaat heel goed wanneer je mensen plaatst op detacheringsbasis. Maar brokjes uren verkopen, zeker uren waarin een creatieve prestatie wordt verwacht, is eigenlijk een hele vreemde praktijk.

Begrijp me niet verkeerd, ik weet heel goed dat kosten en baten in evenwicht moeten zijn en dat een redelijke marge acceptabel is. Met andere woorden, dat de relatie tussen het geld dat je aan je mensen uitgeeft, en het geld dat je ontvangt voor hun prestaties, je liquiditeitspositie niet moet aantasten.

Meten, maar met welke maat?

Juist in tijden dat tarieven én begrotingen onder (hoge) druk staan, is het heel verleidelijk om het manuur als heilige maat der dingen te nemen. Het geeft de illusie van grip en accountabiliteit. Maar declarabele uren als basis voor je bedrijfsvoering nemen, brengt problemen met zich mee.

Ik heb een organisatie meegemaakt waar ieder kwartier verantwoord moest worden. Tijdens een project was iedereen bevreesd meer uren te maken dan oorspronkelijk gedacht – met een ernstige geestelijke blokkade tot gevolg. Het resultaat? Iedere creativiteit sloeg dood en uiteindelijk liepen de klanten weg. Deze ervaring heeft me aan het denken gezet.

Hoeveel manuur tot je pensioen?

Het ene uur is het andere niet. Soms heb je een ‘douchemomentje’ waarin een groot inzicht tot je komt. Soms ben je urenlang vruchteloos aan het schetsen. En een praatje van vijf minuten met een willekeurige collega bij de koffieautomaat of met een vreemde in de kroeg, kan ervoor zorgen dat alles weer scherp op je netvlies staat. Het creatieve momentum is moeilijk in tijd te vatten.

Als het heel druk is, werkt iedereen automatisch sneller. Je doet (veel) meer in een uur of dag dan wanneer het een lome augustusdag is en collega’s noch opdrachtgevers in velden of wegen te bekennen zijn. Ook dat maakt het manuur een problematische productie-eenheid.

Durf te vertrouwen

Hoe dan wel? Mijn voorstel: gebruik manuren om tot een (reële) inschatting van de hoeveelheid werk te komen, baseer daar de offerte op. En laat de uren dan zo snel mogelijk weer los. Het gaat er immers om dat je output oplevert, concrete output. En geen ingevulde urenstaten (behalve natuurlijk in de detachering). De ene klus duurt misschien wat langer, de andere korter. Uiteindelijk kom je ergens in het midden uit. Hoe meer je het durft te laten gaan, hoe beter de kwaliteit van je werk en hoe tevredener de opdrachtgever.

Natuurlijk moeten klussen niet eindeloos duren. Maar dat kun je ook op andere manieren voorkomen. Spreek duidelijke deliverables af en wees helder over randvoorwaarden en iteraties. Houd je aan deadlines en afspraken en zorg dat de andere partij dat ook doet. En durf ook eerlijk te zijn als je een verkeerde inschatting hebt gemaakt. Dat kan de beste overkomen. Stel het resultaat centraal, niet de uren om er te komen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s